Hoe krijg je smerige crosskleren schoon? Het was-geheim van Rian Verhagen-Rombouts

In huize Verhagen is er één die altijd de was doet: mama Rian zelf. De wielerkleren van papa Marcel en van de zoons Miquel en Angelo zijn bij haar in prima handen. Dat vinden ze thuis alle vier en het klopt ook. Hun sokken, broeken en shirts zien er altijd uit om door een ringetje te halen. Ook in het modderige crossseizoen. Wat is Rians geheim?

Die vraag beantwoordt ze met één woord: ‘Dasty.’

Nooit van gehoord.

Rian: ‘Da’s de beste ontvetter die er bestaat. De modder van de Nedereindse Berg is vettig. Ik spoel de modderkleren altijd eerst in lauw water. Dan spuit ik pure Dasty op de smerigste plekken. Met de hand wrijf ik erover en spoel het gelijk uit met water. Daarna weet je niet wat je ziet. Alle modder is verdwenen en de was ruikt gelijk lekker fris! Ik durf de pure Dasty met blote handen te gebruiken, al heb ik na afloop wel een strak huidje.’

Dasty dus. En dan?

‘Dan gaat alles in de wasmachine met een bolletje Markant erbij, het goedkoopste vloeibare wasmiddel van de Emté, onze super. Alles gewoon op 30 graden en in de energiezuinige stand. Mocht het echt erg smerig geweest zijn dan gebruik ik Vanish, een vlekverwijderaar, en laat ik de machine langer draaien. Een wasverzachter of een voorspoelprogramma gebruik ik nooit. Ik centrifugeer de was op de hoogste snelheid en dan hang ik alles op zolder te drogen. De volgende dag vouw ik de schone kleren op en leg ze in de kast, voor ieder op z’n eigen plank.’

Vieze helmen en schoenen maakt Rian ook schoon. De helm met een natte doek, de schoenen onder de kraan met Dasty en een borstel. Ze worden gedroogd op de verwarming. Marcel houdt zich bezig met het proper maken van de fietsen. Hij spuit ze in met – alweer – Dasty en maakt ze met een spons en een sopje met Dreft schoon. Met een oude handdoek of bedlaken wrijft hij het materiaal droog. Wat olie op de ketting en klaar zijn de fietsen.

Kleren wassen vindt Rian leuk werk. ‘Voor mijn eigen jongens doe ik dat graag. Ik zeg altijd: laat mij het maar doen, want ik ben er goed in. Ja, alleen mama mag aan hun kleren komen, hè. En daar zijn ze me dankbaar voor. Dat weet ik.’