| La Lapébie! Lala wat? |
Onze vakantie in de Pyreneeën is begonnen. Fietsen, wandelen en lekker eten, dat is het plan! Bij aankomst in Bagnères-de-Luchon wordt de eigenaar van ons familiehotelletje helemaal enthousiast wanneer hij onze fietsen ziet. Vol verve ratelt hij in het Frans over een wielerwedstrijd die over 2 dagen wordt gehouden; La Lapébie! Lala wat? Nooit gehoord van La Lapébie, maar Google biedt soelaas. La Lapébie, een cyclo die in 1988 is geboren als eerbetoon aan de heldendaden van twee broers, Roger en Guy Lapébie. Roger, de jongste van de 2 heeft de Tour in 1937 gewonnen terwijl Guy het jaar daarvoor 2 gouden medailles en 1 zilveren medaille behaalde op de Olympische Spelen in Berlijn. De zoon van Guy Lapébie, Serge genaamd -schijnbaar ook geen onverdienstelijke wielrenner- heeft La Lapébie georganiseerd ter ere van zijn vader en zijn oom. Serge Lapébie is op 2 oktober 1991 overleden nadat een vrachtauto op hem inreed. Het meest bizarre was dat dit gebeurde op de dag dat Serge La Lapébie had gefietst en op weg naar huis was. De oprichter van de cyclo overlijdt op jonge leeftijd en zijn oom en vader voor wie hij dit had gedaan overleven hem. In 1992 werd er dan ook uitgebreid stilgestaan bij het overlijden van Serge alvorens de wedstrijd aanving. Daarna is er 2 jaar geen La Lapébie geweest, maar in 1995 is de cyclo in ere hersteld. Ondanks dit mooie, maar wel trieste verhaal lijkt het ons leuk om mee te doen. De volgende dag gaan we s’middags naar het park waar we ons inschrijven. Er zijn 3 afstanden, 157 km (La Lapébie), 108 km (La Serge Lapébie) en 60 km (La Guy Lapébie), waarvan de 60 km deelnemers niet meedoen aan de tijdsmeting. We willen ons inschrijven voor de 157 km, met 4 collen en 3400 hoogtemeters. Echter wanneer ik hoor dat er geen vrouwen meedoen aan deze afstand verander ik acuut van gedachten. Onbekend terrein met bergen die ik nog nooit heb opgefietst en geen vrouwen…, dan lijkt 108 km me meer dan voldoende. Uiteraard noemt mijn echtgenoot me een kleine lafaard, maar dat maakt niet dat ik van gedachten verander. De volgende dag loop ik met mijn mannetje mee naar de start, welke 300 meter van ons hotel is. De 157 km deelnemers met de rode rugnummers starten om 8.00 uur. Een uur en een kwartier later start de groep met de blauwe rugnummers, de 108 km afstand. En de 60 km groep vertrekt om 10.15 uur. De opkomst is –ondanks het mooie weer- niet groot. Er staan 160 mannen aan de start, dat is wel wat anders dan een Amstel Gold, La Marmotte of Dolomietenmaraton. Het geschoren kuit gehalte is bijzonder hoog en ik zie er de mooiste fietsen. Maar goed, inmiddels weet iedereen dat dit niet automatisch betekent dat je goed kan fietsen. Tien minuten voordat het startschot door Brigitte Lapébie (de dochter van Guy Lapébie) wordt gegeven wordt er 1 minuut stilte gehouden. Dit als eerbetoon aan Guy Lapébie, die in maart van dit jaar is overleden en aan zijn kort geleden overleden vriend Laurent Fignon. Om 8.00 uur klinkt het startschot en zodra alle 160 renners zijn vertrokken kuier ik terug naar ons hotelletje. Het feit dat ik 1 col (Port de Balès) minder omhoog hoef vind ik eigenlijk wel heel fijn. Om 9.00 uur ga ik terug naar de start. Dit keer met fiets. Deze groep is beduidend groter, in het totaal 580 deelnemers, waarvan 14 vrouwen. Er staat een meisje vlak bij me, die ik herken uit het hotel. We maken een praatje en ik verneem dat ze uit Barcelona komt en voor het eerst meedoet aan deze cyclo. Fijn, dat ik niet de enige ben. Om 9.15 uur vertrekken we en al snel ontstaan er verschillende groepjes. De eerste 21 kilometer zijn glooiend, vals plat naar beneden en dan weer een paar kilometer vals plat omhoog. Hierna volgt de Col des Ares. Dit gaat vrij geleidelijk, prima om echt in te komen. De afdaling is prima, uitstekend wegdek en niet al te scherpe bochten. Hierna volgt weer een lang stuk vals plat omhoog. Het blijkt de Col de Buret te zijn. Deze is eigenlijk niet noemenswaardig. Nog geen 7 km met een gemiddeld stijgingspercentage van 2,4%. Vervolgens ga je de Col du Mente op en dat is vooral het eerste stuk wel even doorbijten. Meteen een stuk van 10,5% voor de kiezen. Voor de rest een prachtige beklimming. Op de top is er een revitaliseringpost die goed is georganiseerd. Meteen rennen mensen naar je toe om je bidons bij te vullen met water en/of cola. Weer iemand anders neemt je fiets meteen over wanneer je afstapt om snel even te plassen. Echt heel strak en professioneel. De meeste deelnemers zijn erg gehaast en gaan bijna direct door, ik ook. Tijdens de afdaling word ik door verschillende kerels ingehaald, maar ja, waarom zou ik een risico nemen!? Dan nog 20 km glooiend, naar de laatste beklimming. Gelukkig kom ik in een fijn groepje en al snel zijn we bij de Col du Portillon aangekomen. Het is geweldig, iedere kilometer zie je een bord met hierop hoe stijl het gemiddelde stijgingspercentage van de komende kilometer is. Hoeveel procent de komende kilometer maximaal stijgt en na hoeveel meter dat dan is. Fantastisch, zo kun je jezelf per kilometer zowel geestelijk als mentaal voorbereiden. Op de top volgt een mooie, lange afdaling en dan nog 6 kilometer doortrappen naar de finish. Voldaan rijd ik over de mat en kom meteen in een fuik terecht, waar mijn chip snel en vakkundig van mijn fiets wordt gehaald. Met zo weinig deelnemers kan het natuurlijk op deze wijze, is ook veel handiger en minder bewerkelijk dan met borg werken. Ik wacht tot mijn echtgenoot over de mat rijdt en samen laten we ons “diploma” uitprinten. Na een cola peddelen we de laatste paar honderd meter naar ons hotel. Een perfect georganiseerde tocht, mooie beklimmingen, heerlijke afdalingen, goede verzorgingsposten. We zijn beiden erg blij met ons resultaat en kunnen een ieder deze tocht -die ieder jaar in september wordt gehouden- aanbevelen. Anke Verbunt |